De rechtbank is het gerecht in eerste aanleg in Nederland voor het
bestuursrecht, waaronder begrepen het fiscaal recht, het civiel recht
en het strafrecht. In civiele en strafzaken is hoger beroep mogelijk bij
het gerechtshof.
Bij bestuursrechtzaken is tegen een uitspraak van de rechtbank hoger
beroep mogelijk bij de Centrale Raad van Beroep en de Raad van
State, voor zover het gaat om algemeen bestuursrecht. Gaat het om
fiscaalrechtelijk geding, als species van het genus bestuursrecht,
dat staat eveneens hoger beroep open bij het gerechtshof. Tegen
uitspraken in hoger beroep van de gerechtshoven staat vervolgens het
rechtsmiddel cassatie open bij de Hoge Raad.
Nederland kent 19 rechtbanken. Elke rechtbank heeft een eigen
arrondissement ("regio"). Rechtspraak bij de rechtbank kan
enkelvoudig zijn (één rechter behandelt de zaak) of meervoudig (drie
rechters behandelen de zaak). Sinds 2001 zijn de kantongerechten
geen zelfstandige eenheden meer, maar maken zij als 'sector kanton'
deel uit van een rechtbank.
De rechtbank in het strafrecht
De rechtbank behandelt in principe alle misdrijven en de
overtredingen.
Eenvoudige zaken worden door één rechter behandeld, de
politierechter genoemd. Moeilijker zaken worden door drie rechters
bekeken (meervoudige kamer - zie onder).
Eerst komt de officier van justitie aan het woord en daarna de
verdachte of diens advocaat.
De politierechter doet meestal meteen mondeling uitspraak. De
meervoudige kamer doet in het algemeen veertien dagen na de zitting
uitspraak.
Tegen die uitspraken is in principe hoger beroep mogelijk bij een
gerechtshof.
De krijgsraad, de miltaire rechter, bestaat niet meer als
afzonderlijke instantie, maar is nu een onderdeel (militaire kamer)
van de Arnhemse rechtbank.
Bij de rechtbank werkt een aantal gespecialiseerde rechters. De
economische politierechter houdt zich bezig met economische
vergrijpen, bijvoorbeeld overtreding van de winkelsluitingswet of de
warenwet. De kinderrechter behandelt zaken waarin kinderen worden
verdacht van het plegen van strafbare feiten.
De rechtbank in het civiele recht
De rechtbank behandelt in principe alle zaken tussen burgers en
rechtspersonen en tussen burgers of rechtspersonen onderling.
Burgers kunnen op twee manieren een procedure starten:
Door dagvaarding. Dit is de gebruikelijke manier bij een conflict
tussen twee burgers of rechtspersonen. De partij die het proces
begint wordt de eisende partij genoemd, de andere partij wordt de
gedaagde partij genoemd. De procedure wordt aanhangig gemaakt door
het betekenen van de dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder aan de
gedaagde partij.
Met een verzoekschrift. Een eenzijdige zaak wordt ingeluid door een
verzoekschrift aan de rechtbank te sturen. Ook het aanvragen van een
faillissement geschiedt door een verzoekschrift.
De rechters in het civiele recht
Zaken omtrent huur, huurkoop, arbeidsovereenkomsten en
geldvorderingen tot 5000 euro worden door de kantonrechter
behandeld. De overige zaken worden, afhankelijk van de complexiteit
van de zaak, afgehandeld door een enkelvoudige kamer met één
rechter, of een meervoudige kamer met drie rechters.
In spoedeisende gevallen kan een kort geding worden aangespannen om
een voorlopige voorziening te vragen. Het lid van de enkelvoudige
kamer die kort gedingen behandelt, heet voorzieningenrechter. Zijn
aanspreektitel is formeel 'president in kort geding' - een
herinnering aan vroeger, toen kort gedingen door de president van de
rechtbank werden gedaan.
In zaken bij de kantonrechter en als gedaagde in kort geding kunnen
burgers in persoon procederen. In alle andere gevallen is men
verplicht om een procureur 'te stellen'. Volgens de beroepscode van
de advocatuur treedt een procureur alleen op voor advocaten. In de
praktijk heeft een burger bij een civiele procedure die niet voor de
kantonrechter gevoerd wordt een advocaat nodig. De meeste advocaten
zijn echter ook procureur in hun arrondissement.
De meervoudige kamer
Bij zaken die worden gevoerd voor een meervoudige kamer, is één
rechter de voorzitter. De rechters overleggen onderling in de
raadkamer, en wijzen uiteindelijk een gezamenlijk vonnis. Wat wordt
besproken in de raadkamer wordt wel het geheim van de raadkamer
genoemd, omdat niemand weet wat de rechters precies hebben
besproken, of zij het met elkaar eens waren en of er een stemming
heeft plaatsgevonden. Dit geldt zowel voor het civiele recht als
voor het strafrecht.
Rechtbank in het fiscale recht
De rechtbanken gevestigd in Haarlem, Breda, 's-Gravenhage, Arnhem en
Leeuwarden zijn als eerste rechterlijke instantie competent om
kennis te nemen van beroepsprocedures in fiscale zaken. Hoger beroep
tegen uitspraken van deze rechtbanken staat open bij de
Gerechtshoven Amsterdam, 's-Hertogenbosch, 's-Gravenhage, Arnhem en
Leeuwarden.
De fiscale kamers van de rechtbank behandelen een beroep met een
enkelvoudige of meervoudige zetel. In het eerste geval doet één
rechter uitspraak, in het tweede geval vormen drie rechters
gezamenlijk de zetel.