Toegang tot het beroep
Wie in Nederland als advocaat wil optreden, moet een verzoek tot beëdiging doen
aan de rechtbank in het arrondissement waar hij zich wil vestigen. Wanneer de
beëdiging heeft plaatsgevonden, wordt de advocaat ingeschreven op het tableau
van de plaatselijke rechtbank. Om beëdigd te worden gelden specifieke wettelijke
eisen, waaronder de eis dat een universitaire juridische opleiding met succes is
gevolgd. Gedurende de eerste drie jaren mag de advocaat niet zelfstandig zijn
beroep uitoefenen. Hij is dan als advocaat-stagiaire werkzaam onder begeleiding
van een ervaren advocaat als patroon. Als de advocaat-stagiaire de verplichte
beroepsopleiding heeft voltooid en daarnaast een aantal door de regionale balie
voorgeschreven cursussen heeft gevolgd, krijgt hij na afloop van de genoemde
drie jaren een zogenaamde stageverklaring. Daarna wordt de inschrijving als
advocaat definitief. De advocatuur heeft vanaf 1970 een spectaculaire groei
doorgemaakt. In dat jaar waren er nog slechts 2063 advocaten ingeschreven, in
1980 waren er het 3726, in 1990 6381 en in het jaar 2000 waren 11.033 advocaten
ingeschreven. Er zijn thans 14.274 advocaten (2007).
Rechten en plichten van de advocaat
De advocatenwet regelt het beroep van advocaat. De advocaat is verplicht lid van
de Nederlandse Orde van Advocaten, welke organisatie bevoegd is nadere regels te
stellen aan de beroepsuitoefening, zoals in het kader van de inrichting van
diens financiële administratie en de verplichte beroepsverzekering. De advocaat
dient zich ook te houden aan specifieke gedragsregels en kan bij overtreding
daarvan in het ergste geval uit het beroep worden gezet. De advocaat is
verplicht zich jaarlijks te laten bijscholen en wordt daarop gecontroleerd. De
advocaat heeft evenals de notaris een wettelijk beroepsgeheim. Zij kunnen -
tenzij hun cliënt daarin expliciet toestemt - niet gedwongen worden als getuige
te verklaren over zaken die hen in hun functie worden toevertrouwd, het
verschoningsrecht geheten.
Advocaat en procureur
Er bestaat een wettelijk verplichte procesvertegenwoordiging door een procureur
in civiele procedures bij de rechtbank, het Gerechtshof of de Hoge Raad. Bij de
kantonrechter en als gedaagde in een kort geding bij de rechtbank (de
voorzieningenrechter) mag men wel in persoon, dus zonder procureur, verschijnen.
Ook in strafzaken mag men zichzelf verdedigen. Maar in dergelijke gevallen kan
een advocaat de omstandigheden en achtergronden vaak beter aan de rechter
uitleggen dan de verdachte. Daarom is het vaak toch verstandig een advocaat in
te schakelen. Voor bestuursrechtelijke procedures tegen de overheid geldt
hetzelfde: er bestaat geen verplichte procesvertegenwoordiging. Een advocaat is
doorgaans ook ingeschreven als procureur. Advocaat is men in het hele land;
procureur alleen bij de rechtbank waar men werd beedigd. De functie van
procureur is uit de tijd geraakt en zal in Nederland met ingang van 1 maart 2008
worden afgeschaft.